Alan Macdonald 1962
Deze in Groot-Brittannië uiterst succesvolle Schotse schilder destilleert zijn eigen moderne schilderkunst uit de rijke bronnen van de West europese tradities. Daarbij put Alan Macdonald uit de verbeeldingskracht en fantasie van de Vlaamse primitieven, evenals uit die van de schilders van het Maniërisme en de meesters van ‘De Gouden Eeuw’. Van een latere periode dateert de humor en satire ontleend aan Magritte en Duchamp, die door de schilder op vakkundige wijze in zijn schilderijen verwerkt is. Juist zijn persoonlijke benadering bij het ontlenen aan eerdere perioden en het vervolgens verwerken tot een eigentijdse stijl, maakt van de schilderijen van Alan Macdonald meer dan alleen technische hoogstandjes. Kenmerkend aan het werk van Alan Macdonald is dat zijn schilderijen veelal zijn opgebouwd uit verschillende segmenten in plaats van uit één groot geheel. Iedere afbeelding heeft haar eigen afgescheiden plek, meestal begrenst door witte lijnen. Vaak worden de afgescheiden secties voorzien van letters, woorden of zelfs hele definities uit woordenboeken. Alsof de schilder hiermee de betekenis van zijn mysterieuze werken uit de doeken wilt doen. Automatische volgen we het ABC in de hoop dat we de puzzel kunnen oplossen, maar ook taal blijkt net als elk ander systeem niet de sleutel te zijn, en blijven we achter met een serie onopgeloste mysteries.
Opleiding: Duncan of Jordanstone College of Art, Dundee, Schotland